Vastgeroest op papier: waarom delen van Europa nog steeds worstelen met digitalisering

Author: Vytautas Majauskas | 4 februari, 2026

Europa is op weg naar digitalisering, maar in een zeer ongelijk tempo. Sommige landen haasten zich om allerlei digitale hulpmiddelen in te voeren, terwijl andere achterblijven en vasthouden aan papier, handmatige routines en systemen die in tientallen jaren nauwelijks zijn veranderd. Deze verschillen beïnvloeden de manier waarop bedrijven werken, beslissingen nemen en overschakelen op nieuwe software die oude gewoonten vervangt.

Volgens gegevens van de EU is het niveau van digitale vaardigheden op het continent nog steeds ongelijk. Deze ongelijkheden bepalen hoe werknemers hun dagelijkse taken uitvoeren, hoe gemakkelijk organisaties nieuwe oplossingen invoeren en hoe snel nieuwe producten de verschillende markten kunnen betreden. Voordat we naar de cijfers kijken, is het goed om één punt in gedachten te houden: digitalisering heeft niet alleen te maken met technologie, maar ook met mensen, vaardigheden en alledaags gedrag.

De digitale kloof in Europa in cijfers

Kijken we naar de DESI-indicator, dan is de verdeling duidelijk als het gaat om digitale basisvaardigheden op vijf competentiegebieden: informatiegebruik, communicatie, contentcreatie, veiligheid en probleemoplossing. Dit zijn geen geavanceerde vaardigheden, maar basisvaardigheden die laten zien hoe goed mensen voorbereid zijn om digitale hulpmiddelen op het werk en thuis te gebruiken.

Individueel niveau van digitale vaardigheden (vanaf 2021), Eurostat, DESI-indicatoren

De ranglijst verdeelt landen in twee grote groepen. Nederland, Finland en Ierland behoren tot de best presterende landen, waar een groot deel van de bevolking in staat is om essentiële digitale taken uit te voeren. In dergelijke markten zijn digitale hulpmiddelen op de werkplek gebruikelijk en worden ze verwacht. Roemenië en Bulgarije bevinden zich aan de andere kant, waar veel mensen zelfs de basisvaardigheden missen. Verschillende Midden- en Oost-Europese landen zitten dichter bij dit lagere niveau, wat betekent dat grote delen van hun beroepsbevolking moeite kunnen hebben met alledaagse digitale taken. Deze kloof is meer dan alleen een statistiek. Het bepaalt hoe snel bedrijven moderniseren en hoe comfortabel werknemers zich voelen wanneer nieuwe tools worden geïntroduceerd.

Waarom blijven delen van Europa traag digitaliseren?

De reden waarom de digitalisering in sommige regio’s op een laag pitje staat, is niet de onbeschikbaarheid van technologie. Een groot deel komt voort uit de werkcultuur en gevestigde routines. In bepaalde markten maken lagere niveaus van Engelse taalvaardigheid het navigeren in veel softwaretools moeilijk, waardoor onboarding wordt vertraagd en meer training nodig is. Veel bedrijven maken nog steeds gebruik van legacy software die moeilijk te integreren of bij te werken is, waardoor teams gedwongen worden oude workflows te behouden, zelfs als ze weten dat deze inefficiënt zijn.

Uit onderzoek op de MOE-markten blijkt dat de digitaliseringsuitdagingen sterk samenhangen met de volwassenheid van de organisatie. Sommige bedrijven werken in gefragmenteerde processen, waarbij verschillende afdelingen verschillende tools gebruiken en er geen consistente aanpak is. Andere vertrouwen op aloude gewoonten zoals geprinte werkbladen of mondelinge instructies. Dit gedrag wordt vaak niet gedreven door weerstand tegen verandering, maar door onzekerheid. Papieren routines voelen comfortabel en voorspelbaar. Ze vereisen geen nieuwe vaardigheden en brengen weinig risico’s met zich mee. Het resultaat is dat de invoering langzaam en ongelijkmatig verloopt, zelfs terwijl bedrijven onder druk staan om te moderniseren.

Economische verschillen spelen ook een rol. Meer volwassen economieën hebben de neiging om eerder te investeren in opleiding, infrastructuur en software. Markten met een lagere digitale geletterdheid doen er langer over om de overstap te maken omdat zowel bedrijven als werknemers meer tijd nodig hebben om nieuwe gewoonten op te bouwen. Samen verklaren deze factoren waarom Europa niet overal even snel is.

De rol van digitale volwassenheid in go-to-market uitvoering

Digitale vaardigheden bepalen hoe bedrijven verschillende markten betreden en uitbreiden. Een strategie die goed werkt in het ene deel van Europa kan ineffectief zijn in een ander deel, simpelweg omdat gebruikers anders omgaan met digitale tools.

In hoger-digitale markten:

  • Onboarding verloopt sneller en de adoptie vereist minder aanpassingen
  • Een inbound- of productgerichte aanpak heeft meer kans van slagen

In minder digitale markten:

  • Kopers hebben meer voorlichting en praktische ondersteuning nodig
  • Verkoopcycli zijn langer en vertrouwen meer op persoonlijke communicatie

Deze verschillen beïnvloeden het hele go-to-market proces. Funnelontwerp, verkoopbeweging, prijsverwachtingen en ondersteuningsmodellen verschuiven allemaal afhankelijk van de digitale volwassenheid. Eén pan-Europese aanpak levert meestal slechte resultaten op. In plaats daarvan moeten bedrijven zich aanpassen aan de specifieke realiteit van elke markt in plaats van ervan uit te gaan dat gebruikers zich overal op dezelfde manier gedragen. In de praktijk betekent dit vaak dat ze moeten overstappen van een productgerichte aanpak naar een relatiegerichte aanpak in markten waar de digitale gewoonten zwakker zijn.

Obstakels in markten waar digitale tools de meeste wrijving ondervinden

Interviews met professionals die werkzaam zijn in de regio wijzen op concrete barrières die de digitale adoptie tegenhouden. Zoals blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd door Magoom, een van de beste marketing- en SEO-bureaus in Litouwen, komen de digitaliseringsuitdagingen in MOE-markten niet voort uit de technologie zelf, maar uit vaardigheden, gewoonten en organisatorische maturiteit.

Een lagere beheersing van het Engels creëert een praktisch probleem omdat veel tools, gidsen en interfaces gemaakt zijn voor een Engels sprekende gebruiker. Dit zorgt voor extra wrijving tijdens het inwerken en dagelijks gebruik. Een sterke voorkeur voor lokale leveranciers is een andere factor, vooral in markten waar langdurige zakelijke relaties centraal staan in de besluitvorming. Vertrouwen ontstaat door vertrouwdheid en face-to-face contact, en communicatie op afstand alleen is zelden genoeg.

Legacy systemen blijven een van de grootste obstakels. Veel organisaties gebruiken nog steeds oudere ERP-systemen of op maat gemaakte software die niet gemakkelijk kan worden geïntegreerd met moderne tools. Upgraden is complex en duur, waardoor bedrijven veranderingen uitstellen of slechts gedeeltelijke verbeteringen doorvoeren. Marktfragmentatie voegt nog een extra laag toe. Normen, verwachtingen en manieren van werken kunnen zelfs tussen buurlanden verschillen, wat betekent dat wat in de ene markt werkt, zich niet direct vertaalt naar de volgende. In sommige sectoren hebben veldwerkers weinig vertrouwen in digitale tools en geven ze de voorkeur aan telefoongesprekken, handgeschreven notities of messaging apps. Hoe zwakker de digitale gewoonten, hoe geleidelijker en hoe arbeidsintensiever de overgang naar gestructureerde digitale workflows.

Waar de kloof het meest zichtbaar is: buitendienstwerkzaamheden

Deze kloof is het grootst bij buitendienstwerkzaamheden, waar teams buiten kantoor werken en afhankelijk zijn van tijdige communicatie. Buitendienstmedewerkers in meer digitaal ontwikkelde markten maken vaak gebruik van mobiele apps, geautomatiseerde planning en digitale werkorders om taken te coördineren en samen te werken met anderen.

Veldteams in markten met een hoge kredietwaardigheid maken vaker gebruik van digitale werkorders en mobiele applicaties met geautomatiseerde planning. Veel teams in markten met een lagere kredietwaardigheid zijn nog steeds afhankelijk van papieren vellen en handgeschreven notities, spreadsheets, messaging apps of telefoongesprekken.

Deze verschillen komen direct tot uiting in de dagelijkse werkzaamheden. Handmatige processen zorgen voor vertragingen, hiaten in de informatie en inconsistente taakopvolging. Updates komen te laat op kantoor, gegevens zijn moeilijker te consolideren en managers hebben beperkt zicht op het lopende werk. Dit heeft onmiddellijk gevolgen voor de kwaliteit van de service, de responstijd en de operationele kosten. Zolang de digitale vaardigheden ongelijk blijven, zullen buitendienstwerkzaamheden het duidelijkste contrast blijven vertonen tussen de meer geavanceerde en minder volwassen markten in Europa.

De digitaliseringskloof in Europa bepaalt hoe werknemers hulpmiddelen gebruiken, hoe bedrijven software gebruiken en hoe lang handmatige routines deel blijven uitmaken van de dagelijkse werkzaamheden. De EU streeft ernaar om de digitale basisvaardigheden de komende jaren aanzienlijk te verbeteren, maar totdat er in alle regio’s vooruitgang wordt geboekt, zullen organisaties die uitbreiden op het continent hun plannen moeten afstemmen op de specifieke kenmerken van elke markt en moeten vertrouwen op wat er in de praktijk gebeurt en niet op aannames uit meer geavanceerde markten.

Vytautas Majauskas

Marketing Strategist

Founder at Magoom, where he has been pivoting custom marketing strategies since 2016. Vytautas currently focuses on SEO, PPC and demand generation for clients across the USA and EU. His career includes leadership roles as Chief Marketing Officer at Frontu and Spotos, and Head of Marketing at Oxylabs.

Table of Contents

Link copied!